aktueel.nu > sport

PROEFDRAAIEN VOOR DE TOUR

17-07-2009 10:08 | Redactie
Voor het vorige nummer van Aktueel Man verkende Gerhard Hormann alvast de etappe van vandaag. Een paar weken geleden, in zijn eentje, met de fiets: omhoog. Wat vond hij van deze dertiende etappe? 'Tijdens de zomermaanden verongelukt er gemiddeld één motorrijder per week.'

Bij de Tour de France denkt iedereen altijd als eerste aan de Alpe d’Huez en de Mont Ventoux. Voordat het peloton in de Pyreneeën arriveert, hebben de renners er echter al flink wat beklimmingen opzitten. Maar hoe zwaar is de Col de la Schlucht eigenlijk? En in welke uithoek ligt in hemelsnaam de Col de Platzerwasel?

De eerste keer versta ik hem niet. Het lijkt of ik, na een paar dagen alleen maar Frans te hebben gesproken, de losse lettergrepen van mijn eigen taal niet eens meer herken. Dan vormt de hand van de man een toeter en schreeuwt hij nog een keer: ”Ben je soms verdwááld?” Lachend schud ik mijn hoofd, terwijl ik mijn rechtervoet uit de pedalen klik en terugroep dat de Tour hier over een paar weken langskomt.

Zijn ogen worden groot en meteen kijkt hij met andere ogen om zich heen. Als hij hier lang genoeg zou blijven zitten, samen met zijn vrouw aan die houten picknicktafel bovenop de Col de Firstplan, zou hij op 17 juli het peloton voorbij zien komen. Het zou zelfs wel eens de ideale plek kunnen zijn: precies op de top van de laatste van drie stevige beklimmingen die de dertiende etappe voor de renners in petto heeft. Voor bijgelovige wielrenners wordt het sowieso een speciale dag. De 201 kilometer lange etappe die het peloton van Vittel naar Colmar voert, is de dértiende etappe. Op deze dag zal niet beslist worden wie straks in het geel in Parijs arriveert, maar er zullen renners zijn die op een flinke achterstand worden gezet. Dit is een etappe waar de echte klimmers op gewacht hebben en waar ze misschien zelfs wel hun zinnen op hebben gezet.

Hartstikke steil
Het is ook duidelijk waar die toe zullen slaan: op de flanken van de Col de Platzerwasel waar het hellingspercentage op sommige plekken de 10% bereikt. Gewone stervelingen zegt zo’n getal niets, maar langs Franse snelwegen worden al waarschuwingsborden geplaatst wanneer het asfalt met meer dan 6% omlaag gaat. Hartstikke steil dus.De Elzas (door toeristen meestal aangeduid als de Vogezen) is voor ons het dichtstbijzijnde serieuze berggebied. Officieel wordt het aangeduid als een “middengebergte”, maar dat is bedrieglijk. Als het peloton op deze 17e juli de bergkam le Breitfirst passeert op 1282 meter hoogte, zouden ze net zo goed op de Col de Romme in de Pyreneeën kunnen zijn (1295 meter) of de Col de Port in de Alpen (1249 meter).

De eerste helft van de etappe kan door de volgwagens van de NOS worden overgeslagen. Het duurt meer dan honderd kilometer voordat het wegdek merkbaar begint te stijgen en dan nog is de eerste col een lachertje. Net zoals de Mont Ventoux een moeilijke en een “makkelijke” kant heeft, zo is er normaal gesproken ook maar één serieuze manier om de Col de la Schlucht te beklimmen: vanuit de plaats Munster in het dal.Het peloton komt deze dag precies van de verkeerde kant. Met een hellingspercentage van amper 4,1% is het de minst steile col uit de hele Tour de France. Zelfs amateurfietsers hebben op die route niet eens in de gaten dat ze aan het stijgen zijn, zodat ze 8,9 kilometer voorbij het toeristische Gerardmer tot hun verrassing ineens op de top van een berg staan.Geen lol aan dus. Als een soort spookrijders, besluiten we deze ochtend dan ook tegen het virtuele peloton in te rijden. Vanuit Munster gaat de weg niet vreselijk steil omhoog, maar je bent wel 15 kilometer lang onafgebroken aan het klimmen.

Heienoordtunnel hoogste berg
Dat is heftig, zeker als je in een volkomen vlakke provincie woont en soms al moeite hebt met de uitgang van de Heinenoordtunnel.Vanuit de lucht gezien lijkt de weg naar de Col de la Schlucht precies op een opgerolde gifslang en in werkelijkheid is hij net zo dodelijk. Tijdens de zomermaanden verongelukt er gemiddeld één motorrijder per week, meestal op drie kilometer van de top waar de bocht zo scherp is dat je vanzelf op de baan van de tegenligger terechtkomt. Ook deze zondag worden we om de haverklap ingehaald door brullende motoren. Maar, het moet gezegd, de Fransen springen respectvoller om met fietsers dan waar ook ter wereld. Niet alleen zetten ze netjes hun richtingaanwijzer uit, ze rijden ook met een brede boog om je heen. Ook onderling is er sprake van grote solidariteit: in Nederland groeten wielrenners elkaar allang niet meer, hier zwaait men zelfs naar mensen die in een sportbroekje op een mountainbike zitten.Dat de Schlucht, zoals ze hem hier afkorten, niet zo heel moeilijk is blijkt uit ons gemiddelde.

De kilometerteller zakt zelden onder de dertien en op sommige vlakkere stukken halen we moeiteloos een snelheid van meer dan vijftien kilometer per uur. Maar echt spannend wordt het pas bij de afdaling. We hoeven alleen maar te remmen en zelfs dan gaan we zo roekeloos hard dat we sneller rijden dan sommige automobilisten. Onderweg passeren we een bord in het dorp Soultzeren waarop trots vermeld staat dat de Tour de France hier op 17 juli voorbijkomt. We lassen een korte pauze in en concluderen dat dit totaal de verkeerde plek zou zijn om dit sportfestijn te bekijken. Het peloton raast straks met een bloedgang door datzelfde Soultzeren en is in een paar tellen weer voorbij.De Col de la Schlucht mag dan de minst steile beklimming zijn van de hele tour, het omgekeerde geldt voor de Col de Platzerwasel. Het is een berg die niemand kent en die je met een vergrootglas op de kaart moet opzoeken, maar het is tegelijkertijd de belangrijkste reden waarom de organisatoren hebben gekozen voor dit specifieke parcours.

Bedrieglijk simpel
Met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,6% (en let vooral op dat woordje “gemiddeld”) is hij net zo steil als die ene beruchte berg waar dit jaar op de voorlaatste dag misschien wel de beslissing gaat vallen: de Mont Ventoux.En het begint zo bedrieglijk simpel. Vanuit Munster rijd je door een breed uitwaaierend dal over een bijna vlakke weg. Ook hier kun je overal zien dat het gebied tot het einde van de Eerste Wereldoorlog officieel bij Duitsland hoorde. Niet alleen kom je door griezelig klinkende plaatsjes als Breitenbach en Sondernach, het eerste de beste bedrijf langs de kant van de weg wordt ook nog eens gerund door de firma Schickl.

In de Alpen is het meteen duidelijk wanneer een beklimmingen begint: aan de voet van een berg. Hier gaat het geniepiger, met veel vals plat. Waar begint de tourdirectie eigenlijk precies te meten voordat ze wereldkundig maken dat het welgeteld 8,7 kilometer duurt voordat je bovenop de Col de Platzerwasel staat? Feit is dat het echte werk pas begint na het verlaten van het al genoemde Sondernach, wanneer het simpelweg te steil wordt voor het bouwen van nog meer huizen.Na de Col de la Schlucht zou je gemakkelijk kunnen denken dat je een behoorlijk goede klimmer bent, maar de Platzerwasel (waar helemaal niks pláts aan is) haalt je ruw uit de droom. Volgens mijn kilometerteller rijd ik amper 7 kilometer per uur: nog iets langzamer en ik val om. Mijn hart bonst als een bezetene en ik hijg zo hard dat het pijn doet in mijn keel. Moet ik hierna nóg een berg op? vraag ik me vertwijfeld af.

Zuurstofflessen
Langs de weg staan kilometerpaaltjes waarop telkens ook de hoogte staat aangegeven, zodat je eenvoudig kunt uitrekenen hoe steil de weg is. De Platzerwasel maakt het rekensommetje zo simpel dat straks zelfs de grootste dombo uit het peloton ermee uit de voeten kan. Binnen een kilometer stijgt de weg van 875 meter naar 975 meter, dus dat is 1000 gedeeld door 100. Van schrik schiet ik bijna van het zadel. Wat!? Tien procent? Dan zouden ze eigenlijk met zuurstofflessen langs de kant moeten staan.De Platzerwasel blijkt nog een angel in de staart te hebben die me bijna de kop kost. Op 1183 meter hoogte, na het passeren van het bordje met de naam van de col, maakt de weg een bocht en stijgt daarna gewoon door. Wat blijkt: het hoogste punt ligt een paar kilometer verderop op 1282 meter. Dat is zo gemeen dat het bijna op vals spelen lijkt.

Maar even later, als ik over de D430 in volle vaart naar beneden vlieg, ben ik dat allemaal vergeten. Tussen dit moment van gelukzaligheid en een wisse dood zit slechts een valhelm van piepschuim, maar daar probeer ik niet teveel aan te denken. Denken gaat sowieso al verdraaid moeilijk wanneer de wind als een bezetene om je hoofd giert. Later zien we op de teller dat de hoogst bereikte snelheid 71,7 kilometer per uur bedraagt, en dat op twee dunne bandjes van een centimeter dik. Je kunt dat onverantwoord noemen, maar het is in ieder geval een welverdiende kick. Bij een bungyjump hoef je alleen maart een kaartje te kopen, hierbij moet je eerst fysiek helemaal tot de bodem gaan.Even later passeren we bijna ongemerkt een col die zo laag is en zo onbeduidend is (de Col de Bannstein van 430 meter) dat hij in het officiële programma niet eens genoemd wordt.

Verraderlijk ver
Ook de Col de Firstplan, de derde beklimming van deze dag, meet slechts 722 meter, maar dat is misleidend. Doordat je hem onderschat, lijkt de top juist verraderlijk ver weg.Eerst rijd je van kilometerpaal naar kilometerpaal, dan van bocht naar bocht en tenslotte van middenstreep naar middenstreep. Je universum krimpt tot die paar vierkante meters asfalt onder je wielen zodat je bijna zou vergeten dat je door een van de mooiste stukjes Frankrijk aan het fietsen bent. Maar zelfs dan hóór je het. Het is warm genoeg voor krekels in de berm en in de verte klinkt het geluid van een koebel.De Elzas is zo populair bij toeristen dat je hier tijdens schoolvakanties soms meer Nederlandse kentekenplaten ziet dan Franse. Maar gek genoeg reageert de hele dag helemaal niemand op mijn outfit. Zou dat komen doordat de Rabo-ploeg zich dit voorjaar onvoldoende in de kijker heeft gespeeld? De enige reactie is die van een Franse fietser die ook op de foto gaat bij het bordje Col de Platzerwasel en het uitspreekt als “Rabobanque”.

Vlak voor het bereiken van de top worden we ingehaald door een jonge vrouw in een MPV met een Frans kenteken die netjes toetert als ze ons met een brede boog passeert. Doe ze dat om ons te waarschuwen of om ons aan te moedigen? Het moment heeft in ieder geval iets heel intiems, bijna iets seksueels: een vluchtig contact tussen een man die zich aan het afbeulen is en een vrouw die daar klaarblijkelijk van onder de indruk is.Het is zo maar ene gedachte die op zo’n dag door je hoofd schiet, net zoals je je soms ook afvraagt hoe het peloton straks heelhuids  over al die verraderlijk smalle en bochtige weggetjes moet zien te komen. Niet voor niks is deze etappe door sommige commentatoren al een “muizenval” genoemd. En niet voor niks valt de dertiende etappe van de tour dit jaar ook op een vríjdag.

VORIGE 1 | VOLGENDE
REAGEER
Om te reageren moet je ingelogd zijn. Log eerst in en plaats dan jouw reactie(s).

Reageer je voor het eerst? Maak dan hier een account aan.
    Gebruikersnaam *
    Wachtwoord *
     
    NIEUWSBRIEF
    Voornaam *
    Achternaam *
    E-mail adres *